KINDER

FYSIOTHERAPIE

Voor kinderfysiotherapie kunt u terecht bij: Mirjam Egelkraut

De kinderfysiotherapeut richt zich op problemen in het bewegen en de motorische ontwikkeling bij kinderen van 0 tot 18 jaar oud.
De huisarts of specialist kan uw kind naar kinderfysiotherapie door verwijzen. Kinderfysiotherapie is ook ‘direct toegankelijk’. Dat betekent dat u geen verwijzing van een arts nodig heeft om een kinderfysiotherapeut te consulteren.

Wanneer u als ouder vermoedt dat uw kind een probleem heeft in zijn motorisch functioneren of wanneer leidsters in de crèche, leerkrachten of sportinstructeurs vermoeden dat de motorische ontwikkeling of het bewegen van uw kind niet leeftijdsadequaat is of bijzonder verloopt kan u een afspraak voor kinderfysiotherapie maken.

Met behulp van een intakegesprek, een motorisch observatie en bewegingsonderzoek krijgt de kinderfysiotherapeut een goed beeld van het motorische niveau van het kind en de hulpvraag. De kinderfysiotherapeut bespreekt de bevindingen en stelt samen met het kind en ouders een behandelplan op, soms is alleen advies voldoende.

Behandelplan
De behandeling is gericht op stimuleren van de motorische ontwikkeling en wordt vaak in spelvorm aangeboden waarbij ouders actief betrokken worden bij de behandeling. Hiermee wordt geprobeerd voorwaarden te scheppen voor een optimale ontwikkeling van uw kind.

Kinderfysiotherapie is een erkend specialisme binnen de fysiotherapie.
Kinderen en jongeren tot 18 jaar krijgen de eerste 18 behandelingen voor fysiotherapie vergoed vanuit het basispakket. (voor verdere info zie link: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/zorgverzekering/vraag-en-antwoord/is-fysiotherapie-opgenomen-in-het-basispakket)

kinder-fysiotherapie-oefentherapie-egels

De kinderfysiotherapeut heeft gespecialiseerde kennis en vaardigheden met betrekking tot:

  • Motorische ontwikkeling en motorisch leren van het kind;
  • Specifieke bewegings- en houdingsaandoeningen op de kinderleeftijd;
  • Fysieke fitheid en training van spieren, hart- en longfunctie bij kinderen;
  • Specifieke fysiotherapeutische (technische) vaardigheden voor het behandelen van kinderen;
  • Specifieke pedagogische vaardigheden voor het behandelen van kinderen en begeleiden van het gezin/ouders;
  • Signaleringsfunctie voor inzet andere zorgdisciplines, zoals logopedie, ergotherapie, ambulante begeleiding,
    specialistische tweedelijns zorg;
  • De kinderfysiotherapeut heeft de mogelijkheid om kinderen en hun ouders thuis te begeleiden indien dit geïndiceerd is.

(bron, nvfk)

De kinderfysiotherapeut is gespecialiseerd in o.a. de volgende aandoeningen:

  • Motorische ontwikkelingsachterstand (fijne- en grove motoriek, evenwicht);
  • Longfunctie (astma/ cystic fibrosis);
  • Gegeneraliseerde hypermobiliteit;
  • Schedelvormafwijking en voorkeurshouding zuigeling;
  • Centraal en perifeer neurologische aandoeningen (cerebrale parese/spina bifida)
  • Developmental Coordination Disorder (DCD)
  • Excessief huilen zuigeling
  • Spierziekten
  • Lichamelijk onverklaarbare klachten
  • Overgewicht in relatie tot bewegen
  • M. Perthes
  • Syndroom van Down

(bron, nvfk)

kinder-fysiotherapie-oefentherapie-egels

Bij uw baby zijn er mogelijk signalen die er op kunnen wijzen dat er motorische problemen zijn. De onderstaande signalen zijn belangrijk om in de gaten te houden en mogelijk een reden om een kinderfysiotherapeut te bezoeken: 

  • Wanneer uw kind vaak naar één kant kijkt en met zijn hoofdje op een kant ligt en er eventueel sprake kan zijn van een afgeplatte of scheve schedel.
  • Wanneer uw kind zich niet beweegt zo als u verwacht,  anders reageert op aanraken, u niet goed kan aankijken of zich anders dan normaal voortbeweegt (bijvoorbeeld billenschuiven)
  • Wanneer uw kind bij het optillen slap of juist heel gespannen aanvoelt, bijvoorbeeld zich veel overstrekt.
  • Wanneer er bij uw kind sprake is van passiviteit, een lage spierspanning of weinig kracht.
  • Wanneer uw kind last heeft van onverklaarbaar en veel huilen.
  • Wanneer uw kind niet of bijna niet van houding wil wisselen.
  • Wanneer er bij uw kind een verschil is in het bewegen tussen de linker en rechter lichaamshelft of tussen de bovenste en onderste lichaamshelft.
  • Wanneer de gewrichten van uw kind heel ver of juist niet ver genoeg kunnen worden bewogen.

Doorgaans worden deze signalen ook opgemerkt door de consultatiebureau-arts en / of de huisarts. Er zal dan worden doorverwezen door de betreffende arts naar de kinderfysiotherapeut. Ook zonder verwijzing kunt u voor een screening bij ons terecht.

Welke indicaties kunnen onder andere worden behandeld?

  • Een motorische ontwikkelingsachterstand, wanneer uw baby niet wil gaan rollen of gaan lopen.
  • Voorkeurshouding, afgeplatte schedel of asymmetrie in het bewegen.
  • Een bijzondere vorm van voortbewegen (bijvoorbeeld billenschuiven).
  • Aangeboren afwijkingen die de motoriek beïnvloeden.
  • Problemen in de ontwikkeling bij aanwezigheid van een syndroom, bijvoorbeeld het Syndroom van Down.
  • Cerebrale parese  (problemen ontstaan door een hersenbeschadiging)
  • Problemen in de ontwikkeling als gevolg van Spina bifida (open rug)
  • Te vroeg geboren kinderen of kinderen met een te laag geboortegewicht. (pre–dysmature kinderen)
  • Plexus brachialis laesie (beschadiging van de arm zenuw, ontstaan ten gevolge van de bevalling)
  • Hyper- of hypomobiliteit (gewrichten die heel ver of juist niet ver genoeg kunnen worden bewogen)

Wilt u meer informatie of een afspraak maken?

Hoofdmetingen / plagiocephaliemetrie

U kunt bij ons ook terecht voor een hoofdmeting, wanneer er bij uw baby sprake is of twijfel is over de aanwezigheid van een scheve of afgeplatte schedel. 

Wat is het doel? Middels een hoofdmeting bij uw baby kan de mate van afplatting van de schedel bepaald worden  en daarmee kan er een verantwoorde keuze gemaakt worden voor verdere therapie door de kinderfysiotherapeut.
Bij een te grote mate van afplatting van de schedel kan u helm-redressie-therapie geadviseerd worden, u wordt daarvoor doorgestuurd naar een specialistisch centrum.  Hierbij krijgt uw baby een aantal maanden een speciale helm te dragen waardoor de schedel weer mooi rond kan groeien.

Waarom? Na de invoering van het slapen op de rug ter voorkoming van de wiegendood is er een toename van voorkeurshoudingen bij baby’s te zien. Als uw baby steeds in dezelfde houding ligt kan het hoofdje aan de achterkant of aan de zijkant afplatten en eventueel ook in het gezicht voor vervormingen zorgen. Deze afplatting wordt ook wel plagiocephalie genoemd.

Hoe wordt de meting gedaan? Om de mate van afplatting in kaart te brengen is het mogelijk om middels een warm en zacht gemaakt thermoplastisch bandje om het hoofd van uw baby een nauwkeurige afdruk van de vorm van het hoofd te maken en daar mee de mate van afplatting te meten. Deze meting kan zowel bij ons in de praktijk gedaan worden als bij u thuis.

Hoe vaak? Bij voorkeur wordt de meting 3 keer gedaan, de eerste keer bij 6-8 weken, daarna bij 3 maanden en een laatste keer bij 5 maanden. Zo is de effectiviteit van de ingezette behandeling meetbaar.